Leerlingenstatuut


LEERLINGENSTATUUT

Romboutscollege Brunssum

INHOUDSOPGAVE

A. ALGEMEEN...............................................................................................................................

Artikel 1          Betekenis..............................................................................................................

Artikel 2          Begrippen.............................................................................................................

Artikel 3          Procedure.............................................................................................................

Artikel 4          Geldigheidsduur....................................................................................................

Artikel 5          Toepassing...........................................................................................................

Artikel 6          Publicatie..............................................................................................................

B. GRONDRECHTEN.......................................................................................................................

Artikel 7          Vrijheid van uiterlijk..............................................................................................

Artikel 8          Recht op informatie...............................................................................................

Artikel 9          Recht op privacy....................................................................................................

Artikel 10        Vrijheid van meningsuiting....................................................................................

Artikel 11        Bijeenkomsten (vrijheid van vergadering)..............................................................

C. REGELS OVER HET ONDERWIJS..................................................................................................

Artikel 12        Het verzorgen van onderwijs door docenten..........................................................

Artikel 13        Het volgen van onderwijs door leerlingen...............................................................

Artikel 14        Onderwijstoetsing.................................................................................................

Artikel 15        Rapporten...........................................................................................................

Artikel 16        Bevordering........................................................................................................

Artikel 17        Verwijdering op grond van leerprestaties.............................................................

Artikel 18        Huiswerk.............................................................................................................

D. REGELS VOOR DE SCHOOL ALS ORGANISATIE...........................................................................

Artikel 19        Toelating.............................................................................................................

Artikel 20        Schoolkrant.........................................................................................................

Artikel 21        Aanplakborden...................................................................................................

Artikel 22        Recht op medezeggenschap en Leerlingenraad....................................................

Artikel 23        Leerlingenadministratie en privacy-bescherming..................................................

Artikel 24        Orde...................................................................................................................

Artikel 25        Schade en aansprakelijkheid................................................................................

Artikel 26        Ongewenste intimiteiten......................................................................................

Artikel 27        Aanwezigheid.....................................................................................................

Artikel 28        Strafbevoegdheden.............................................................................................

Artikel 29        Schorsing = de toegang tot de school ontzeggen..................................................

Artikel 30        Definitieve verwijdering.......................................................................................

E. HANDHAVING VAN HET LEERLINGENSTATUUT.........................................................................

Artikel 31        Klachtenprocedure..............................................................................................

Artikel 32        Slotbepaling........................................................................................................

Bronvermelding:.........................................................................................................................

A. ALGEMEEN

Artikel 1         Betekenis


Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van leerlingen. Het leerlingenstatuut biedt de mogelijkheid de rechtspositie van leerlingen te verduidelijken en te verbeteren.


 

Artikel 2         Begrippen


In dit statuut wordt bedoeld met:

  • de school: het Romboutscollege LVO-Parkstad te Brunssum;
  • leerlingen: alle leerlingen die op de school staan ingeschreven;
  • ouders: ouders van leerlingen van de school, voogden, feitelijke verzorgers of gelijkgestelden;
  • personeel: al degenen, die aan de school zijn benoemd;
  • onderwijs ondersteunend personeel: personeelsleden van de school niet zijnde leden van de schoolleiding, niet zijnde docenten, met een andere taak dan lesgeven;
  • docenten: personeelsleden met een onderwijsgevende taak; daaronder mede begrepen eventuele aanstaande leraren, die als stagiaires in de school les geven;
  • schoolleiding: locatiedirecteur en teamleiders
  • centrale directie: tweehoofdige bovenschoolse directie met een aantal bij volmacht (mandaat) door het College van Bestuur toegekende bevoegdheden;
  • bevoegd gezag: de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs;
  • leerlingenraad: een uit leerlingen samengestelde geledingenraad. De leerlingenraad handelt bij en krachtens een leerlingenraad-reglement;
  • medezeggenschapsraad: het vertegenwoordigend orgaan van de school, als bedoeld in artikel 3 van de WMS;
  • geleding: de volgende groeperingen binnen de school: personeel, leerlingen, ouders;
  • klachtencommissie: een commissie die als beroepsinstantie dient bij klachten die betrekking hebben op de school. Ouders, leerlingen en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie een klacht indienen over gedragingen of beslissingen van het bevoegd gezag of het personeel, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen;
  • mentor: docent die belast is met de begeleiding van een leerling of een groep leerlingen gedurende het schooljaar;
  • teamleider: directielid/ leidinggevende van een team docenten;
  • coördinator: docent die als speciale taak heeft de leerlinggerichte zaken van een bepaalde afdeling of jaarlaag.
  • vertrouwenspersoon: personeelslid die op verzoek van een klager kan functioneren als aanspreekpunt, adviseur en bemiddelaar bij klachten;
  • les: een in het rooster opgenomen onderwijsactiviteit: klassikale instructie, begeleiding, practicum etc.;
  • corvee: werkzaamheden van huishoudelijke aard: zoals het prikken van papier of het aanvegen van overblijfruimtes..

N.B. De in dit document gebruikte aanduidingen leerling, docent etc. worden steeds gebruikt voor zowel vrouwelijke als mannelijke personen.


 

Artikel 3         Procedure


Het leerlingenstatuut wordt vastgesteld, respectievelijk gewijzigd door het bevoegd gezag. Het voorstel daartoe behoeft de instemming van de geleding leerlingen van de medezeggenschapsraad. Een voorstel tot wijziging kan tevens door de leerlingenraad, tien leerlingen, tien ouders of de schoolleiding worden ingediend.


 

Artikel 4         Geldigheidsduur


Het leerlingenstatuut wordt voor een periode van twee schooljaren vastgesteld door het bevoegd gezag. Daarna wordt het opnieuw besproken in alle geledingen en weer, al dan niet gewijzigd of aangevuld, voor een periode van twee schooljaren vastgesteld. Indien geen bespreking plaatsvindt, wordt het leerlingenstatuut geacht opnieuw voor twee schooljaren te zijn vastgesteld, maar moet het wel opnieuw aan de medezeggenschapsraad (geleding leerlingen) ter instemming worden voorgelegd.


 

Artikel 5         Toepassing


Het leerlingenstatuut is van toepassing op en bindend voor de leerlingen, de ouders, het personeel en het bevoegd gezag, onverminderd hetgeen geldt bij of krachtens de wet of de inhoud van de akte van benoeming van het personeel.


 

Artikel 6         Publicatie


Het leerlingenstatuut staat op de website. Op verzoek van de leerling/ ouder kan hiervan een papieren versie ter beschikking worden gesteld. Daarnaast wordt een exemplaar op school in volledige vorm voor iedereen ter inzage gelegd.

B. GRONDRECHTEN


Artikel 7         Vrijheid van uiterlijk


7.1
Een ieder heeft vrijheid van uiterlijk, zolang daarbij de fatsoensnorm, de doelstelling en grondbeginselen van de school en de bepalingen van de wet in acht worden genomen.


7.2.
De schoolleiding heeft de bevoegdheid voorschriften te geven en te wijzigen ter zake van uiterlijk en kleding van de leer­lingen.
Een leerling mag niet uit de les verwijderd worden op grond van zijn uiterlijk, mits dit een verzorgde indruk maakt. De leerling dient zorg te dragen voor correcte kleding, die in geen enkel opzicht aanstootgevend is (zulks ter beoordeling van de schoolleiding). In voorkomende gevallen behoudt de schoolleiding zich het recht voor om leerlingen naar huis te sturen om hun kleding aan te passen aan de gangbare opvattingen dienaangaande. Indien een leerling naar huis gestuurd wordt, worden de ouders van te voren hierover ingelicht.


7.3
De school kan alleen bepaalde kleding verplicht stellen wanneer deze kleding aan bepaalde gebruiks- of veiligheidseisen moet voldoen. De vakdocent controleert of de kleding voldoet aan de gestelde eisen.


7.4
Voor de lessen lichamelijke opvoeding kan de school, onverminderd het bepaalde in het vorige lid, verder alleen een bepaalde kleur of kleurstelling van de kleding en dus niet een bepaald exemplaar verplicht stellen. Voor de lessen lichamelijke opvoeding geldt: wit shirt en zwarte broek.

                     
 

Artikel 8         Recht op informatie

         
De leerlingen, wettelijk vertegenwoordigd in de medezeggenschapsraad, dienen geïnformeerd te worden over alle belangrijke zaken die spelen bij het schoolbeleid.

Daarnaast zal de schoolleiding alles in het werk stellen om de juiste informatie steeds aan de betrokken leerlingen door te geven.


 

Artikel 9         Recht op privacy


Ten aanzien van de gegevens die worden opgenomen in de leer­lin­genadmini­stratie en de daarbij in acht te nemen privacy, geldt hetgeen is bepaald in het door de centrale directie vastge­steld reglement, op basis van de wet Bescherming Persoonsgegevens.


 

Artikel 10       Vrijheid van meningsuiting

                     
10.1.
Iedere leerling heeft de vrijheid zijn mening op school te uiten en dient daarbij de identiteit en de doelstelling van de school te respecteren. Leerlingen dienen elkaars mening en die van anderen te respecteren. Uitin­gen die discri­minerend of beledi­gend zijn worden niet toegestaan.

                     


10.2.
Iedere leerling die zich door een ander bele­digd of gediscri­mineerd voelt kan handelen volgens de in artikel 26.2 aangege­ven procedure.

         
 

Artikel 11       Bijeenkomsten (vrijheid van vergadering)


11.1
De leerlingen hebben het recht na voorafgaande aankondiging te vergaderen over zaken aangaande het schoolgebeuren en daarbij gebruik te maken van de faciliteiten van de school.


11.2
De schoolleiding is bevoegd een bijeenkomst van leerlingen te verbieden, indien deze een onwettig karakter heeft en/of het schoolbelang schaadt of indien deze het volgen van de lessen door de leerlingen verhindert.


11.3
Anderen dan leerlingen worden alleen toegelaten op een bijeenkomst van leerlingen, als de leerlingen en schoolleiding dat toestaan. De schoolleiding kan in het belang van de school de voorwaarde stellen, dat een lid van het personeel aanwezig is.


11.4
De schoolleiding is verplicht voor een bijeenkomst van leerlingen een ruimte ter beschikking te stellen, een en ander binnen de feitelijke mogelijkheden van de school.


11.5
De leerlingen zijn verplicht een ter beschikking gestelde ruimte op een behoorlijke wijze achter te laten.


11.6
De gebruikers zijn verantwoordelijk en gezamenlijk en/of hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele schade.

C. REGELS OVER HET ONDERWIJS

Artikel 12       Het verzorgen van onderwijs door docenten


12.1
De leerlingen hebben er recht op dat de docenten zich inspannen om goed onderwijs te geven.


12.2
Als een lid van het personeel naar het oordeel van een leerling of een groep leerlingen zijn taak niet op een behoorlijke wijze vervult en men wil zich daarover beklagen dan kan dat bij de betrokkene aan de orde worden gesteld. Wendt/wenden hij/zij zich tot de betrokkene en levert dit geen bevredigend resultaat op dan kunnen achtereenvolgens de mentor, de coördinator en een lid van de
schoolleiding worden ingeschakeld. Deze neemt vervolgens contact op met degene tegen wie bezwaar is gemaakt om te proberen tot een aanvaardbare oplossing te komen. Betreft de klacht een lid van de schoolleiding dan wordt de klacht gedeponeerd bij het bevoegd gezag.


12.3
De mentor, de coördinator resp. de schoolleiding c.q. het bevoegd gezag geeft een mondelinge of schriftelijke reactie op de klacht. Is deze reactie naar het oordeel van de leerling(en) of het personeelslid niet afdoende, dan kan bij de klachtencommissie een klacht worden ingediend.


 

Artikel 13       Het volgen van onderwijs door leerlingen


13.1
De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om een goed onderwijsproces mogelijk te maken. Indien de leerling voor een bepaald programma heeft gekozen dient hij de daaruit voortvloeiende taken zo goed mogelijk en binnen de daarvoor vastgestelde tijd te verrichten.


13.2
De leerling heeft de plicht mee te werken aan een goede werk-  en leefsfeer in de school. Hij houdt zich daarbij aan het leerlingenreglement. Dit leerlingenreglement wordt ieder jaar zo nodig aan de actuele ontwikkelingen aangepast.


13.3
Een leerling die een goede voortgang van de les verstoort of verhindert kan door de docent verplicht worden de les te verlaten. De leerling dient zich dan te melden bij de  balie in de centrale hal waarna hij / zij verwezen wordt naar een beschikbare coördinator of teamleider.


13.4
Een docent kan een leerling slechts voor de duur van één lesuur (of twee lesuren in geval van een zgn. blokuur) verwijderen.


 

Artikel 14       Onderwijstoetsing

 NB:     Zowel in de examenregeling als in het Programma van Toetsing en Afsluiting staan de nodige afspraken over onderwijstoetsing. Die afspraken worden hier niet allemaal opnieuw vermeld, maar gelden natuurlijk wel. Mocht een afspraak over toetsing in het leerlingenstatuut strijdig zijn met examenregeling of PTA, dan hebben de regels uit de laatste twee voorrang.

14.1
Toetsing van de leerstof kan geschieden door middel van:

  1. oefentoetsen: Een oefentoets is uitsluitend bedoeld om de leerlingen en de leraar inzicht te geven in hoeverre de leerling de lesstof begrepen en/of geleerd heeft. De oefentoets kan ook onverwacht worden gehouden. Van een oefentoets kan het cijfer niet worden meegeteld voor het rapport;
     
  2. beoordelingsopdrachten en toetsen:
    1. mondelinge of schriftelijke overhoringen;
    2. proefwerken / repetities;
    3. werkstukken;
    4. vaardigheidstoetsen (bijv.: gespreks- / luistervaardigheids- toetsen);
    5. spreekbeurten;
    6. practica;
    7. teksten met vragen;
    8. lesprestaties;
    9. huiswerkcontrole;


14.2
Van een beoordelingsopdracht of toets moet het karakter van tevoren duidelijk zijn. De normen voor de beoordeling worden door de leraar aan de leerlingen meegedeeld en zo nodig toegelicht. Bij gecoördineerde proefwerken worden de normen vastgesteld via overleg van betrokken docenten.


14.3
Een overhoring c.q. controle van huiswerk betreft de lesstof van maximaal 2 lessen voorafgaande aan de afname van de overhoring en kan zonder vooraankondiging gehouden worden. Van een overhoring telt het cijfer over het algemeen genomen minder zwaar mee voor het bepalen van het rapportcijfer dan dat van een proefwerk.


14.4
Een proefwerk/repetitie wordt tenminste één week van tevoren opgegeven. Het cijfer voor een proefwerk/repetitie weegt over het algemeen genomen zwaarder dan dat voor een overhoring.


14.5
In de week voorafgaande aan de proefwerkweek (proefwerkvrije zone) is het niet mogelijk om proefwerken te geven, die voor de leerlingen voorbereiding vereisen, tenzij in overleg met de schoolleiding. Huiswerkoverhoringen mogen wel worden afgenomen; deze overhoringen dienen dan alleen het reguliere huiswerk te betreffen (dus niet de stof van de afgelopen maand, of iets dergelijks).


14.6
Een leerling mag buiten de proefwerkweken slechts twee proefwerken per schooldag krijgen, met een maximum van 6 per week. Voor de 1e BK geldt een maximum van 1 proefwerk per dag. Voor de klassen 1 t/m 3 geldt een maximum van 5 per week. Bij herkansing mag van deze regel afgeweken worden. LET OP: Voor de onderbouw geldt dat proefwerken in het klassenboek of Magister vermeld dienen te worden. Staan ze er niet in, dan zijn ze er ook niet. Indien er ten onrechte meer dan twee proefwerken aan een klas blijken te zijn opgegeven, dienen die proefwerken doorgang te vinden, die het eerst aan de klas/groep zijn meegedeeld.


14.7
Een proefwerk mag alleen de behandelde lesstof bevatten die één les tevoren is afgerond. Tussen het afronden van de stof en het proefwerk dient het stellen van vragen mogelijk te zijn. Er dient een redelijke verhouding te bestaan tussen de leerstof en het
proefwerk. Proefwerken worden op afspraak met de docent gemaakt. Wanneer er moeilijkheden zijn om tot een afspraak te komen bemiddelt de coördinator of de teamleider. Overhoringen kunnen onbeperkt gegeven worden.


14.8
Een docent maakt de uitslag van een proefwerk of overhoring bekend binnen tien schooldagen nadat de toets is afgenomen, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen, dit ter beoordeling van de schoolleiding.


14.9
Indien een proefwerk of overhoring voortbouwt op een vorig proefwerk of overhoring dan kan dat proefwerk of die overhoring slechts worden afgenomen als het voorgaande proefwerk of overhoring besproken is en het daarvoor behaalde cijfer bekend is.


14.10
Een proefwerk wordt altijd nabesproken in de les. Overgangsproefwerken vormen hierop een uitzondering; zie echter ook onder artikel 14.11.


14.11
Een leerling heeft het recht op inzage in een gemaakte toetsing, nadat deze is beoordeeld. Een verzoek voor een inzage dient binnen 5 werkdagen na het bekend maken van het cijfer te worden ingediend bij de coördinator of de teamleider. Voor de toetsen van de laatste proefwerkweek geldt dat deze kunnen worden ingezien tot en met de eerste week van het nieuwe schooljaar.


14.12
Van een werkstuk, spreekbeurt, practicum, het lezen van boeken e.a. dient van tevoren bekend te zijn aan welke normen dit moet voldoen, wanneer het gereed moet zijn en welke sancties er staan op het niet of te laat verzorgen resp. inleveren ervan.


14.13
Een leerling die het niet eens is met de beoordeling van een toetsing, tekent eerst
bezwaar aan bij de docent. Wanneer blijkt dat er bij de correctie en beoordeling vergissingen gemaakt zijn, heeft de leerling er recht op, dat deze hersteld worden. Het cijfer kan bijgesteld worden. Is de reactie van de docent niet bevredigend, dan kan binnen drie schooldagen de beoordeling gemotiveerd en schriftelijk aan de teamleider worden voorgelegd. Na uitspraak is beroepsgang via de klachtencommissie mogelijk.


14.14
Een gemiste toets (vooraf aangekondigde; geldt niet voor huiswerk-overhoringen of dergelijke) dient in principe te worden ingehaald. De leerling moet hiervoor contact opnemen met de docent. Een leerling die met een voor de docent of schoolleiding geldige reden niet heeft deelgenomen aan een toetsing heeft recht alsnog getoetst te worden op een in overleg met de docent te bepalen tijdstip. De teamleider, dan wel de examencommissie bepaalt welke sancties er staan op het door onrechtmatige afwezigheid missen van toetsen.


14.15
Wanneer door absentie van de betrokken docent een proefwerk geen doorgang kan vinden en de docent bij het begin van zijn afwezigheid geen nieuwe datum heeft vastgesteld, wordt in de eerstvolgende les in overleg met de betrokken klas een nieuwe datum vastgesteld.


14.16
De zwaarste sanctie op elke vorm van fraude voor, tijdens of na afloop van een toetsing is het toekennen van het cijfer 1.


14.17
Het laagste toe te kennen cijfer voor welke vorm van toetsing dan ook is het cijfer 1.


 

Artikel 15       Rapporten


15.1
Een rapport geeft de leerling en zijn ouders tenminste een overzicht van het voortschrijdend gemiddelde voor alle vakken tot die periode. Het rapport is gericht aan de ouders of gelijkgestelden, tenzij de leerling meerderjarig is. Ten aanzien van minderjarige leerlingen is bij inlevering de handtekening van één van de ouders vereist.


15.2
Om een zo groot mogelijke duidelijkheid te bereiken over de rapportcijfers, zal door de docent in het begin van het schooljaar aan de leerlingen medegedeeld worden, hoe de rapportcijfers tot stand komen en welk gewicht de verschillende proefwerken, mondelinge beurten etc. hebben.


15.3
Een rapportcijfer mag, behalve bij zogenaamde één-uursvakken, niet op grond van slechts één proefwerk, werkstuk of spreekbeurt per periode/trimester worden vastgesteld dan in overleg met de schoolleiding.


15.4
Indien de leerling, de ouders of de docent(-en) dit wenst/wensen wordt het rapport besproken.


 

Artikel 16       Bevordering


16.1
Tevoren dient duidelijk te worden aangegeven aan welke normen een leerling moet voldoen om toegelaten te worden tot een hoger leerjaar.


 

Artikel 17       Verwijdering op grond van leerprestaties


17.1
Het is niet toegestaan een leerling op grond van onvoldoende leerprestaties gedurende het schooljaar van school te sturen. De schoolleiding kan aan een leerling wel een advies geven zich voor een andere school of andere afdeling in te schrijven.


17.2
Wanneer een leerling onder normale omstandigheden twee keer in eenzelfde leerjaar, resp. in twee opeenvolgende leerjaren blijft zitten, besluit de vergadering van docenten, dat hij de desbetreffende school of afdeling definitief moet verlaten.

Indien het een leerplichtige leerling betreft kan dit niet geschieden dan nadat de leerling de toezegging heeft gekregen dat hij elders wordt toegelaten of nadat hij van de leerplicht is vrijgesteld.

Artikel 18       Huiswerk

18.1
De docenten zorgen voor een redelijke totale belasting aan huiswerk. Hierbij worden voor een gemiddelde leerling de volgende normen aangehouden: voor de klassen 1 en 2: 2 uur huiswerk per dag, voor de hogere klassen: 3 uur huiswerk per dag.

 

18.2
De leerling die om enige reden niet in de gelegenheid is geweest het huiswerk te maken, meldt dit bij de aanvang van de les aan de docent. Indien de docent van de leerling de reden waarom de leerling het huiswerk niet heeft kunnen maken niet aanvaardbaar acht kan de docent een redelijke straf (zie ook onder artikel 28.1) opleggen. Indien de leerling het hiermee niet eens is kan hij in beroep gaan bij achtereenvolgens de mentor, de coördinator  of de teamleider.


18.3
Voor de eerste schooldag na een vakantie van minimaal één week mag geen huiswerk of proefwerk opgegeven worden.

D. REGELS VOOR DE SCHOOL ALS ORGANISATIE.

Artikel 19       Toelating


19.1
Het bevoegd gezag, gehoord de medezeggenschapsraad, stelt op voorstel van de schoolleiding de criteria vast op grond waarvan een aspirant-leerling kan worden toegelaten tot de school, tot een bepaalde schoolafdeling en tot een bepaald leerjaar.


19.2
De schoolleiding stelt een toelatingscommissie samen die de schoolleiding adviseert over de toelating van aspirant-leerlingen. Deze commissie kan ook een beslissingsbevoegdheid worden toegekend.


19.3
De schoolleiding draagt zorg voor voldoende informatie over de gang van zaken op school aan de aspirant-leerling en zijn ouders.


19.4
Als een aspirant-leerling niet wordt toegelaten, dan deelt de schoolleiding dit besluit onder opgave van redenen schriftelijk aan de betreffende aspirant-leerling en aan diens ouders mee.


19.5
De aspirant-leerling en de ouders kunnen bij het bevoegd gezag binnen dertig dagen na dagtekening van de in artikel 19.4 genoemde mededeling schriftelijk om een herziening van deze beslissing vragen.


19.6
Het bevoegd gezag, in dezen vertegenwoordigd door de schoolleiding, verneemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na het ontvangen van het verzoek om herziening een beslissing al dan niet na het horen van deskundigen. De schoolleiding kan zich over het herzieningsverzoek eerst uitspreken nadat de leerling, en indien deze minderjarig is ook zijn ouders zijn gehoord en deze inzage hebben gehad in alle betreffende regels, adviezen en rapporten.


19.7
De leerling heeft bij de start van het schooljaar recht op informatie over de levensbeschouwelijke grondslag van de school en over de les-  en leerprogramma’s. Van de leerling wordt verwacht, dat hij de levensbeschouwelijke grondslag onderschrijft of tenminste respecteert.


 

Artikel 20       Schoolkrant


20.1
De schoolkrant is op de eerste plaats bestemd voor leerlingen, maar is ook beschikbaar voor andere geledingen.


20.2
De schoolleiding heeft in overleg met de redactie van de schoolkrant een redactiestatuut vastgesteld, waarin onder meer de mate van verantwoordelijkheid van de redactie voor de inhoud van de schoolkrant en de faciliteiten daarvoor worden geregeld.

20.3
De schoolleiding is bevoegd om met opgaaf van reden en in overleg met de redactie een nummer van de schoolkrant of een stuk eruit te wijzigen of verschijning ervan te verbieden, indien dit in strijd is met de grondslag of doelstelling van de school, een discriminerende of beledigende inhoud bevat dan wel iemands privacy schaadt.


20.4
Een leerling kan op grond van zijn/haar activiteiten in de schoolkrantredactie niet benadeeld worden in welke vorm dan ook.

Artikel 21       Aanplakborden


Er is een publicatiebord waarop de leerlingenraad, de schoolkrantredactie en eventuele leerlingencommissies, zonder toestemming van de schoolleiding vooraf, mededelingen en affiches van niet-commerciële aard kunnen ophangen, tenzij de inhoud daarvan redelijkerwijs in strijd geacht kan worden met de grondslag of doelstelling van de school, er sprake is van uitlatingen van discriminerende of beledigende aard of schending van iemands privacy. Na verlof van de schoolleiding heeft ook de individuele leerling het recht mededelingen op het publicatiebord op te hangen.


 

Artikel 22       Recht op medezeggenschap en Leerlingenraad


22.1
In de geleding ouders/leerlingen van de MR hebben de leerlingen rechtstreeks medezeggenschap over het schoolbeleid.


22.2
Aan de school is verder een leerlingenraad verbonden. De leerlingenraad handelt bij en krachtens een reglement leerlingenraad.


22.3
Een leerlingenraad is bevoegd desgevraagd of eigener beweging advies uit te brengen aan de schoolleiding en de medezeggenschapsraad, met name over die aangelegenheden die de leerlingen in het bijzonder aangaan.


22.4
Voor activiteiten van de leerlingenraad worden door de schoolleiding drukfaciliteiten, apparatuur en andere materialen in redelijke mate ter beschikking gesteld
in overleg met de school­leiding en voor activiteiten, die betrek­king hebben op de school.


22.5
Leden van de leerlingenraad kunnen voor hun werkzaamheden aan de schoolleiding om vrijstelling van het volgen van lessen vragen.


22.6
Een leerling kan op grond van zijn/haar activiteiten in de leerlingenraad niet benadeeld worden, in welke vorm dan ook.


 

Artikel 23       Leerlingenadministratie en privacy-bescherming


23.1
In het belang van de leerling is bovendien nog geregeld dat:

  • de leerling aan personeelsleden vertrouwelijke informatie mag verstrekken, waarover het betrokken personeelslid een zwijgrecht heeft.
  • personeelsleden ook contacten mogen onderhouden met de ouder die daartoe door de leerling in het bijzonder is aangewezen. Het feit, dat een personeelslid zwijgrecht heeft betekent niet dat hij de plicht heeft ten allen tijde te zwijgen over de vertrouwelijke informatie. Het personeelslid moet dan tevoren duidelijk maken dat hij niet aan een zwijgplicht kan voldoen.


23.2
Het personeel is gerechtigd ook contact te onderhouden met de ouder die daartoe door de leerling niet is aangewezen. Een en ander tenzij de betreffende ouder krachtens gerechtelijke beslissing van dat contact is uitgesloten.


23.3
Ten aanzien van de gegevens die worden opgenomen in de leerlingenadministratie en de daarbij in acht te nemen privacy geldt hetgeen is bepaald in het door het bevoegd gezag op grond van de wet persoonsregistratie vastgestelde privacyreglement.


23.4
Gegevens van leerlingen worden opgenomen in een leerlingenregister (leerlingendossier).


23.5
Het leerlingenregister (leerlingendossier) staat onder verantwoordelijkheid van de schoolleiding.


23.6
De schoolleiding wijst een onderwijs ondersteunend personeelslid aan dat verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer.

23.7
De leerling, over wie door derden zakelijke informatie ten behoeve van aanmelding of sollicitatie is gevraagd, wordt van het gegeven antwoord op de hoogte gesteld. Dit geldt ook als door de leerling de school als referentie wordt opgegeven. De docent die als referent wordt opgegeven dient van tevoren gevraagd te worden.


23.8
Het bevoegd gezag, gehoord de medezeggenschapsraad, geeft op voorstel van de schoolleiding aan welke gegevens van een leerling in het leerlingenregister opgenomen worden.


23.9
Een leerling (en indien minderjarig (i.c. de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt hebbend) zijn ouders/verzorgers/ wettelijk vertegenwoordigers) heeft de bevoegdheid tot inzage van de gegevens die over hem en/of zijn ouders genoteerd zijn en het doen van voorstellen aan de schoolleiding om correcties aan te brengen.


23.11
De schoolleiding geeft binnen vijf schooldagen aan de betrokkene(n) te kennen of de gewenste correcties al dan niet uitgevoerd zullen worden.


23.12
Indien de betrokkene(n) niet tevreden is/zijn met het antwoord van de schoolleiding kan/kunnen de betrokkene(n) zich direct wenden tot de commissie van toezicht (zie privacyreglement).


23.13
Het leerlingenregister is toegankelijk voor:

  • de schooldecaan;
  • de schoolleiding;
  • de mentor;
  • de coördinator;  
  • de teamleider;
  • vertrouwenspersonen;
  • administratieve medewerkers;

Verder heeft niemand toegang tot het leerlingenregister, behoudens met uitdrukkelijke toestemming van de schoolleiding en van de leerling; indien de leerling minderjarig is, is ook toestemming van de ouder(s) vereist.


23.14
De leden van de commissie van toezicht hebben recht van inzage in de betreffende genoteerde gegevens gedurende de behandeling van de klacht indien dit noodzakelijk is.

23.15
Behoudens wettelijke voorschriften worden de gegevens over een leerling vernietigd, nadat de leerling de school heeft verlaten.


23.16
Het privacyreglement maakt na vaststelling door het bestuur deel uit van het leerlingenstatuut.


23.17
De schoolleiding is bevoegd is om de kluisjes onaangekondigd te laten openen. (zie ook het leerlingreglement)

De school opent alleen een kluisje indien:

  • de leerling dit vraagt omdat zijn sleutel vergeten is;
  • er een verdenking bestaat dat er spullen aanwezig zijn die in strijd zijn met de schoolregels. Opening van een kluisje vindt dan plaats in het bijzijn van de leerling en een lid van de schoolleiding en een (school)agent;
  • op verzoek van de politie/schoolagent kan de directie toestemming geven tot het openen van kluisjes buiten aanwezigheid van de leerlingen;
  • aan het einde van het schooljaar als de kluisjes opnieuw uitgegeven worden c.q. gerangschikt worden voor nieuw gebruik.


 

Artikel 24       Orde


24.1
Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van het in het medezeggenschapsreglement gestelde, op voorstel van de schoolleiding per locatie een leerlingreglement vast, dat via de website wordt bekend gemaakt .


24.2
Leidraad bij het opstellen van een leerlingreglement zijn redelijkheid, gelijkheid en rechtszekerheid.


24.3
Het leerlingreglement dient door alle geledingen van de school tijdens de schooluren in de schoolgebouwen en op enig ander terrein van de school of door de school gebruikt terrein te worden nageleefd.


24.4
Het leerlingreglement behoudt zijn geldigheid ook bij buitenschoolse activiteiten.


24.5
Het leerlingreglement maakt na vaststelling door het bestuur deel uit van het leerlingenstatuut.


 

Artikel 25       Schade en aansprakelijkheid


25.1
Ten aanzien van aansprakelijkheid bij door of aan leerlingen toegebrachte schade gelden de hierop betrekking hebbende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.


25.2
De ouders van een minderjarige leerling die schade heeft veroorzaakt worden hiervan door of vanwege de school in kennis gesteld en aangesproken. De meerderjarige leerling wordt persoonlijk aangesproken.


25.3
Tegen een leerling die opzettelijk schade toebrengt aan het schoolgebouw, eigendommen van de school of eigendommen van derden, kunnen door de schoolleiding strafmaatregelen worden getroffen.


 

Artikel 26       Ongewenste intimiteiten


26.1
Het bevoegd gezag treft met inachtneming van het in het medezeggenschapsreglement gestelde, maatregelen om ongewenste intimiteiten binnen de school te voorkomen en er zo nodig passend op te kunnen reageren.


26.2
Indien een leerling zich gekwetst voelt door een ongewenste intimiteit van de zijde van  medeleerlingen of personeel, kan hij zich wenden tot de mentor, de coördinator, de leerlingbegeleider of tot de vertrouwenspersonen.


De regeling vertrouwenspersonen Stichting LVO is op te vragen via het schoolsecretariaat, of te downloaden van www.stichtinglvo.nl > LVO > Regelingen > Vertrouwenspersonen.


 

Artikel 27       Aanwezigheid


27.1
Leerlingen zijn verplicht het onderwijs volgens het voor hen geldende rooster te volgen, tenzij er voor een bepaald vak een andere regeling is getroffen.


27.2
Leerlingen kunnen bij de schoolleiding incidentele wijzigingen in het dagrooster voorstellen.


27.3
Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van het in het medezeggenschapsreglement gestelde, op voorstel van de schoolleiding een regeling vast ten aanzien van de aanwezigheid van leerlingen tijdens pauzes, lesuitval en roostervrije uren.

 

27.3
Voor lesverzuim (gedurende een bepaalde periode) door ziekte of andere oorzaken gelden de procedures zoals deze zijn beschreven in het verzuimprotocol. Het verzuimprotocol wordt als bijlage toegevoegd aan het leerlingenstatuut.


27.4
De coördinator of de teamleider beoordeelt de geldigheid van het verzuim.


27.5
Voor verlof gedurende een bepaalde periode dient vooraf toestemming te worden aangevraagd bij de schoolleiding. De teamleider neemt indien nodig contact op met de ambtenaar leerplichtzaken van de woonplaats van de aanvrager.


 

Artikel 28       Strafbevoegdheden


28.1
Leerlingen volgen de aanwijzingen van het personeel van de school. Indien zij dit niet doen kan het betrokken personeelslid een redelijke straf opleggen Voorbeelden van strafmogelijkheden die door ieder personeelslid kunnen worden gebruikt:

  • een berisping;
  • het opruimen van gemaakte rommel;
  • het vergoeden van schade;
  • het verrichten van corveewerkzaamheden;
  • het maken van strafwerk bijvoorbeeld een opstel;
  • verwijdering uit de les;
  • nablijven;
  • eerder melden;
  • gemiste lessen inhalen;


Strafmogelijkheid die is voorbehouden aan de teamleider c.q. locatiedirecteur:

  • het ontzeggen van de toegang tot meer dan één les;



28.2
Meent een leerling ten onrechte of onredelijk zwaar te zijn gestraft dan kan hij zich wenden tot de strafoplegger. Indien hierna het bezwaar nog bestaat dan kunnen achtereenvolgens de mentor, de coördinator en de teamleider worden ingeschakeld. De teamleider beslist uiteindelijk in overleg met de strafoplegger.


28.3
Een docent kan een leerling slechts voor de periode van één lesuur (of twee lesuren in het geval van een zg. blokuur) uit de les verwijderen. De bevoegdheid om een leerling de toegang tot meerdere lessen te weigeren ligt uitsluitend bij de teamleider in gezamenlijk overleg met de locatiedirecteur.


28.4
Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de straf wordt gegeven.


28.5
Bij het opleggen van een straf dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen de soort straf, de strafmaat en de ernst van de overtreding.

 

28.6
Bij het bepalen van de straf dient rekening gehouden te worden met de persoon en de mogelijkheden van de overtreder.


 

Artikel 29       Schorsing = de toegang tot de school ontzeggen


29.1

Het bevoegd gezag, in dezen vertegenwoordigd door de schoolleiding, kan een leerling met opgave van reden(-en) voor een periode van ten hoogste één week schorsen.


29.2
Het besluit tot schorsing dient schriftelijk aan de leerling en, indien deze minderjarig is, ook aan zijn ouders te worden medegedeeld.


29.3
Het bevoegd gezag, in dezen vertegenwoordigd door de schoolleiding, stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van reden(-en) in kennis.


 

Artikel 30       Definitieve verwijdering


30.1
Het bevoegd gezag, in dezen vertegenwoordigd door de voorzitter centrale directie , kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling, nadat deze en, indien deze minderjarig is, ook zijn ouders, in de gelegenheid is/zijn gesteld hierover te worden gehoord.

30.2
Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg met de inspectie. Hangende dit overleg kan de desbetreffende leerling worden geschorst.


30.3
Het bevoegd gezag, in dezen vertegenwoordigd door de voorzitter centrale directie , stelt de inspectie van een definitieve verwijdering schriftelijk en met opgave van reden(-en) in kennis.


30.4
Het besluit tot definitieve verwijdering van een leerling wordt schriftelijk en met opgave van reden(-en) aan de betrokkene en, indien deze minderjarig is, ook aan de ouders van de betrokkene medegedeeld, waarbij tevens de inhoud van artikel 30.5 en 30.6 wordt vermeld.

30.5
Binnen dertig
dagen na dagtekening van de in artikel 30.4 bedoelde mededeling kan door de leerling en, indien deze minderjarig is, ook door zijn ouders, aan het bevoegd gezag schriftelijk om herziening van het besluit worden verzocht.


30.6
Het bevoegd gezag, in dezen vertegenwoordigd door de voorzitter centrale directie , neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek, na overleg met de inspectie en desgewenst andere deskundigen een beslissing op het verzoek om herziening, doch niet eerder dan nadat de leerling, en indien deze minderjarig is, ook zijn ouders in de gelegenheid is/zijn gesteld te worden gehoord en kennis heeft/hebben kunnen nemen van de op het besluit betrekking hebbende adviezen of rapporten.


30.7
Het bevoegd gezag in dezen vertegenwoordigd door de voorzitter centrale directie, kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van het verzoek om herziening van een besluit tot definitieve verwijdering de toegang tot de school ontzeggen.


30.8
Indien het een leerplichtige leerling betreft kan definitieve verwijdering niet geschieden dan nadat de leerling de toezegging heeft gekregen dat hij elders wordt toegelaten of nadat hij van de leerplicht is vrijgesteld.

E. HANDHAVING VAN HET LEERLINGENSTATUUT

Artikel 31       Klachtenprocedure


31.1
Bij vermeend onjuiste of onzorgvuldige toepassing van het leerlingenstatuut kan degene die het betreft bezwaar aantekenen bij degene die zodanig heeft gehandeld met het verzoek de handelwijze in overeenstemming te brengen met het leerlingenstatuut;


31.2
Mocht de actie onder 31.1 niet tot het gewenste resultaat leiden is het mogelijk een klacht in te dienen bij de klachtencommissie Stichting LVO. Voor de klachtenregeling en het reglement klachtencommissie Stichting LVO verwijzen we u naar onze eigen website en de website van Stichting LVO: www.stichtinglvo.nl> LVO > Regelingen.

Artikel 32       Slotbepaling


In alle gevallen waarin dit statuut niet voorziet en voor zover het de rechten en plichten van de leerlingen betreft, beslist het bevoegd gezag overeenkomstig het terzake in het medezeggenschapsreglement bepaalde.

Bronvermelding:
 

  • model leerlingenstatuut (III) Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS), Amsterdam, 1993;
     
  • model leerlingenstatuut Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR), Den Haag, 1991.

Deel dit bericht